Leest De Dikke van Dale en schrijft brieven aan vuilnismannen en presidenten

O, Juliet, where are thou?

Ik heb nog geen reactie van Ikea op mijn vraag een meubel naar mij te vernoemen. Dat komt misschien omdat ik hem richtte aan ‘de directeur’ (werkt meestal goed). Wellicht is de brief doorgestuurd naar Zweden. Even geduld dus nog.

Inmiddels ben ik terug van een kleine week Berlijn en heb ik (nog meer) sollicitaties achter de rug, krijg ik achtjarig tapijt en verhuis ik deze week. Morgen heb ik er ook nog een en als ik word aangenomen heb ik vier banen. Dat betekent dat ik ergens tussen dag en nacht een stukje zoek waar ik kan slapen.

Ik las gisteren toevallig weer zo’n blog over een achtentwintigjarige man die de wereld over reist zonder geld uit te geven. Ik zag op zijn blog een goedgevuld bord in een restaurant. Als hij niet wegrent, betaalt hij daarvoor gewoon. Pertinente onzin dus.

Ik vind pertinent een passend woord. Je gebruikt het bijna nooit, behalve als je dertig, deftig en in een lauwe discussie met een zielsverwant bent. Of nu, in een slap statement tegen een leeftijdsgenoot die avontuur wel in zijn broekzak heeft zitten.

Mijn broekzakken zijn nu echt leeg en daarom ben ik blij dat ik sinds vandaag ben aangenomen en een functie krijg waar ik niet driehonderd hamburgers of broodjes gezond in een kwartier moet ‘preppen’. Ik betrap me er de laatste week op dat ik – tegen mijn zin in – horecataal begin te spreken. ’s Ochtends prep je de sla, tomaten, broden en een paar uur later vraag ik of iemand de ketchup wil bijvullen. “Bon, chef,” wordt er dan gezegd.

Ik maak geen driesterrenmaaltijd, maar om precies te zijn een broodje met geprepte sla, tomaat, augurkjes, rode ui, een hamburger van de grill (met ruitjes) en tomatenketchup en mosterd. Toch heerst het Frans akkoord in de keuken. Dat voelt goed: je slingert een paar hamburgers op een broodje, maar wordt toch bevestigd als een topchef met een prachtige moustache. “Zijn de hamburgers al klaar?” “Minuutje nog.” “Bon, chef!”

Berlijn

In de trein naar Berlijn voel ik de vermoeidheid in mijn schoenen. Het wordt er erg druk, want moed zit er ook nog in. Ik besluit ze daarom maar uit te trekken. De dagen Berlijn werken bevrijdend (net zoals het uittrekken van de schoenen tijdens een treinreis van zes uur).

Om eerlijk te zijn, het was gewoon niet echt leuk de laatste weken. De stukken die ik schreef, kon ik de volgende dag niet meer typen: baggerdagboekgeklaag, noemde ik ze. En dus besloot ik om na een week niet meer te schrijven, maar een rapport aan mijzelf uit te reiken. Dat zag er zo uit:

Rapport van de afgelopen week

Boos: 8,7
Vrolijk: 2,1
Verlegen: 7
Geïrriteerd: 9,2
Spanning: 8,6

Vragen stellen is een goed idee volgens Socrates

Ik was altijd in de veronderstelling dat vragen stellen in teksten getuigt van luiheid: je legt het antwoord in de gedachten van de lezer, maar durft zelf geen stelling in te nemen. In de trein naar Berlijn lees ik ‘De wereld van Sofie’, een roman over de geschiedenis van de Filosofie. Volgens Socrates kon een enkele vraag meer kruit bevatten dan 1000 antwoorden en zijn zij die vragen het gevaarlijkst. Naast vragen in brieven ga ik nu ook meer vragen in teksten, goed idee toch?

Op zondagmiddag lopen we over de Flohmarkt in het Mauerpark. Er zit een man met een typemachine. ‘Give me 3 words and  3 € and I’ll give you a poem’.

Omdat het met mijn avonturen nu niet echt snor zit (boven de lip is het eerder een puberale toendra in tegenstelling tot de gewilde franse kokssnor), leg ik de focus maar op vragen. En de liefde.

Where is love?, vraag ik.

Tijdens een wandeling van Nordbahnhof naar Prenzlauerberg kom ik Romeo & Julia tegen. Als onbegrijpelijke krabbel op de Berlijnse muur. Ik weet dat ik selectief kijk, maar ik vind het toch een prettig toeval. Morgen schrijf ik een brief aan Julia (dat kan namelijk echt, maar daarover later meer).

Juliet, where are thou? zal ik vragen.

Niemand heeft een antwoord nodig.

img_20170121_143052

Geen idee wat er staat, maar ik ben blij ze te zien

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 Daavid

Thema door Anders Norén