Leest De Dikke van Dale en schrijft brieven aan vuilnismannen en presidenten

Het einde van de Goeman Borgesiuslaan

Vandaag hebben mijn zusje en ik de woning aan de Goeman Borgesiuslaan officieel opgeleverd. In zeer slechte staat.

We staan binnen en kijken rond. Hebben we hier jaren gewoond? Het leeghalen van de woning heeft ongeveer drie maanden gekost.

In de laatste weken leek de straat een oorlogsgebied. Meubels, televisies, kasten. Alles op de stoep. Alle bewoners aan deze straten verlaten de sloopwoningen. Mannetjes in witte busjes rijden af en aan en graaien ijzer en waardevolle spullen tussen de troep vandaan.

Ik zet de wasmachine op straat. Een antiek ding. De was kwam er smeriger uit dan het erin ging. De vriend van mijn zusje noemt het vandaag dan ook ‘de viesmachine’. Daar hebben we ontzettend om gelachen en terwijl ik ik dit schrijf zit ik weer te lachen. Het is vooral zo grappig omdat het echt zo was (deze zin moest ik even maken). We goten er halve flessen wasverzachter in om de schijn van schone kleren op te houden.

Ik wilde de viesmachine eigenlijk verhuizen naar de Uithof, maar toen ik de putlucht uit een van de slangen rook, heb ik een mannetje – die al naar de viesmachine zat te loeren – toch maar groen licht gegeven. We laden het ding in. In een wit busje.

Die mannetjes hebben ons trouwens enorm geholpen. Een jongen heeft zo’n beetje al onze troep opgehaald. Met zijn vader. Ook met een roestig wit busje. We hadden de spullen in een kamer klaargezet en hij zou dan later met zijn vader terugkomen. “Als iemand zegt dat hij mijn vader is en de spullen wil meenemen, dan moet je hem niet zomaar geloven,” had de zoon gezegd. Alleen als hij er bij was, mogen we de rommel meegeven. Er is nogal wat concurrentie bij die mannetjes.

Het huis is leeg. Jaren gaan door mijn gedachten.

Ik verfde ooit die kleine kamer zwart, omdat ik er een sterrenhemel wilde maken en mijn toenmalige vriendin wilde verrassen. Ik ben op de helft gestopt omdat ik al snel claustrofobische duizelingen voelde. Er gingen lagen geel en blauw overheen en er kwamen andere liefdes. Ik zat ooit op de rand van het bed. In dat geel-blauwe kamertje. Huilend. Om het verlies van mensen. Ik vierde het leven op die paar vierkante meter. Er is veel gelachen in dat hok.

We hadden een hangmat in de tuin. Er zat een vriendje van mijn zusje met een gitaar. En er stond een barbecue. We hebben vuur gemaakt. Eerst in een korf, daarna gewoon op de grond. Het vuur werd elk jaar een stukje groter. Afgelopen zaterdag brandde het nog een keer.

Het opleveren gaat snel. De deur wordt op slot gedraaid en ik sla mijn arm om mijn zusje. We staan voor nummer 22. De laatste keer.

Een wit busje rijdt voorbij.

1 (1 van 25)1 (2 van 25)1 (3 van 25)1 (4 van 25)1 (5 van 25)1 (6 van 25)1 (7 van 25)1 (8 van 25)1 (9 van 25)1 (10 van 25)1 (11 van 25)1 (12 van 25)1 (13 van 25)1 (14 van 25)1 (15 van 25)1 (16 van 25)1 (17 van 25)1 (18 van 25)1 (19 van 25)1 (20 van 25)1 (21 van 25)1 (22 van 25)1 (23 van 25)1 (25 van 25)1 (24 van 25)

 

 

.

 

 

 

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 Daavid

Thema door Anders Norén