Leest De Dikke van Dale en schrijft brieven aan vuilnismannen en presidenten

Waarom het onmogelijk is een onderzoeksopzet te schrijven (4)

Ik weet waarom ik zoveel moeite heb met het inleveren van een opzet. De opzet. Die is het probleem (het inleveren niet, dat gaat gewoon via een soort balie waar je het papier overhandigt en een stempel krijgt).

En de planning. Ik wil graag aan een onderzoek beginnen, maar niet aan een planning. Alle brave burgers uit onderzoeksland worden dan boos, omdat je geen onderzoek begint zonder gedegen opzet en planning. Je bouwt een huis toch ook niet zonder fundament? Nee, naja, daar hebben ze wel een punt.

Maar ik knal gewoon graag een tent neer. Het liefste eentje die zichzelf uitvouwt. Ging dat maar zo met het schrijven van een scriptie. Dat je een leuke vraag hebt, die als een vrolijke frisbee over een weideveld scheert en dat er uit alle dode paardenbloemen die je onthoofd handige deelvragen door de wind meegevoerd worden. Ze landen ergens en even later komen de antwoorden uit de grond.

Na je opzet en planning schrijf je je onderzoek en meldt iedereen dat je toch nooit weet welke vragen je onderzoek oproept en welke kant het precies opgaat. Iedereen loopt mij keihard te tackelen voordat een onvoorspelbare wedstrijd is begonnen. “Ja, ik ben een half jaar bezig geweest met de hoofdvraag van mijn onderzoek en een week voor het inleveren van mijn scriptie heb ik die aangepast”, hoorde ik iemand zeggen. “Zo gaat dat met onderzoek.” Maar ik moet wel een opzet maken van iets dat alle kanten opschiet.

Plannen

Ik loop elke keer bij het voorgeschreven onderdeel ‘planning’ tegen een torenhoge muur aan (vreemd stijlfiguur). Waarom? Omdat ik geen planningen maak. Ja soms wel, maar alleen om andere mensen die planningen willen zien van dienst te zijn. Als ik door een tovenaar voor de keuze wordt gesteld:

Of wereldvrede? Of nooit meer planningen?

Laat die kogels dan maar vliegen.

Het geheim van planningen is namelijk dat ze nooit uitkomen. Het geeft je een vals houvast aan de schijnbare beheersbaarheid van het leven. Alle brave burgers afkomstig uit de provincie planningen uit onderzoeksland slaan nu stijl(figuur) achterover.

Die zullen zeggen, ja allemaal leuk dat je met een hoop smurrie gooien onder je opdracht van het schrijven van een planning uit wilt komen, maar doe het toch maar. Want dat hebben we afgesproken. Ik vind de landmetafoor erg flauw, maar ik ben er nu eenmaal mee begonnen dus ik maak het ook maar af. Dat is precies wat ik met mijn onderzoeksopzet nooit doe.

Hoezo moet ik opschrijven wat ik morgen of over vier weken ga doen? Ik weet dat niet. En waarom zou ik het niet nu doen? Ja, ik snap dat ik niet kan beginnen met een conclusie, maar ik moet eerst allemaal lange introducties schrijven voordat ik het ijzer in het vuur mag steken. Als ik aankom bij het einde van mijn onderzoeksopzet, dan wakkert er alleen nog een zielig aanstekervlammetje. Die blaas ik dan graag uit.

Weet je waarom ik ook geen planning maak? Omdat ik dan helemaal geen zin meer heb om iets te doen. Komende week bijvoorbeeld. Ik werk van dinsdag tot zondag. Intensieve trainingen op kantoor, twee nachten van 23.00 uur tot 08.00 uur ’s ochtends. Geen weekend. En alle vrije uurtjes ga ik aan mijn scriptie werken. Zet dat maar op papier. Zin in!

Je ziet ook nooit leuke toevalligheden in planningen. Alles moet. Ik wil een agenda waarin onverwachte dingen staan. Een leuke agenda. Sommige mensen lopen al rond met een dubbele. Dat is waarschijnlijk de oplossing.

Ik moet een opzet maken, want ik schiet alle kanten op.

Ik. Ik ben het probleem. En dat terwijl ik er bewust voor heb gekozen de beschrijving van Missie Scriptie dag 3 achterwege te laten en mijn opzet af te ronden.

Nu ja, even kort dan.

Dag drie stond gepland als roadtrip naar Dordrecht, maar het werd een filetrip naar Dordrecht. Alles in het centrum stond vast. We zaten op een terrasje en liepen over de Voorstraat. De deur van mijn oude huis stond na bijna tien jaar nog steeds op een kiertje.

We glipten het voormalig vrouwenklooster binnen (niet dat ik er als non zat, dat was dan weer voor mijn tijd). Er is weinig veranderd sinds ik er vertrok. De scheuren in het pleister worden steeds groter en in de lekkagevlekken kun je de jaren tellen. De trap kraakt nog even luid. Alsof elke trede pijn doet.

Alleen de ratten zijn weg. Ik heb eens mijn hele kamerdeur en drempel met zilverfolie ingepakt. Dat scheen te helpen. Dat deed het niet. Mijn huisgenoot verslikte zich een keer in een tandenborstel, omdat er een halve meter rat op zijn voet kroop.

Ik ga er nog een keer naar het toilet. Zonder angst voor een rat die naar me naar de keel vliegt.

Dit had ik nooit kunnen plannen.

Ik ben bezig met laatste onderdeel van mijn opzet. Het onderdeel Internationale Rechtsfilosofische Perspectieven (IRP). Ik kan niet aankomen met een slappe opzetbeschrijving want het gaat om filosofie, maar ik kom er niet uit. 

In hoeverre is het gerechtvaardigd dat de overheid kan bepalen op welke manier iemand al dan niet in een dienstbetrekking staat en daarmee werkzaamheden niet zelfstandig voor een opdrachtgever kan uitvoeren?

Ik heb onlangs de Wereld van Sofie gelezen, maar ik vind hier geen aanknopingspunten om Spinoza, Aristoteles of Descartes op los te laten.

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 Daavid

Thema door Anders Norén