Leest De Dikke van Dale en schrijft brieven aan vuilnismannen en presidenten

De Dikke van Dale uitlezen (1)

Het is een bekend cliché: refereren aan de betekenis van een woord in de Dikke van Dale.

Een cliché is volgens de Dikke van Dale uit 1999 een ‘telkens overgenomen, altijd weer gebruikte en daardoor versleten, niet meer ‘sprekende’ wending of figuur’. Dit bedoel ik dus.

Maar wist je wat een Aak is? Een groot, platbodemd, stevenloos binnenvaartuig voor het vervoer van massagoederen (…).

Stevenloos: het ontbreken van een uiterst voor- of achtergedeelte van een schip.

Schrijver worden

Het mag geen geheim heten dat ik schrijver wil worden. Uit stukken die ik las, zijn daar twee dingen voor nodig: talent en veel werk.

Volgens de Dikke van Dale is een schrijver iemand die schrijft. Dat moet lukken. Als ik daarnaast mijn woordenschat verzilver, ben ik al een heel eind.

Nu biedt de kunstacademie voor een paar ultratalenten een plekje in de schrijversschool. Toevallig stapte ik vorige week op de fiets, zonder doel of plan, en strandde met een leeggelopen band precies voor de kunstacademie. Daar staat de fiets nog steeds. Ik moet terug. Om de fiets op te halen. Maar ik denk dat ik hem laat staan.

Vandaag kocht ik een driedelige Dikke van Dale voor een paar euro in een kringloopwinkel.

Ik ga mijn woordenschat verbreden en de Dikke van Dale helemaal uitlezen. Bij een vlugge berekening kom ik uit op 4500 pagina’s. Als ik er tien per dag lees, heb ik de Dikke van Dale in anderhalf jaar uitgelezen.

Spelregels

Onderwijl zal ik schrijven over opvallende woorden en pittige leessessies. De Dikke van Dale is niet echt een lopend verhaal. Niet toegankelijk voor de ongetrainde lezer die op een badhanddoek een Zweedse thriller als een gladde aal wil opslokken.

Ik heb de regel dat ik bekende woorden snel mag scannen, als mijn ogen ze maar gezien hebben.

Over anderhalf jaar heb ik alle Nederlandse woorden uit 1999 gelezen (dan kan ik daarna – als het bevalt – het vervolg nog lezen).

Anderhalf jaar zal mijn opleiding aan de Dikke van Dale duren. Gedurende die tijd laat ik mijn fiets met een lekke band bij de kunstacademie staan. Als een symbool voor willen leren en laten leven. Ik mag mijn fiets pas ophalen als ik de Van Dale uit heb, of als ik niet meer kan.

Dan pak ik de bus naar de kunstacademie, plak ik mijn band en fiets er weg. Alsof het nooit gebeurd is. Dat lijkt me een kunststuk. Ik weet niet of het een kunst is; de k is nog lang niet in zicht.

De ladder van de aal

Hoofdstuk A bladzijde 1 t/m 10

De eerste tien pagina’s van de Dikke van Dale gaan voornamelijk over vissen, boten en ochtenden die beginnen. Een ochtend breekt, of bleekt aan.Dikke van Dale, aal

Nu wordt dit beeld natuurlijk beïnvloed door de vele verschillende varianten op de Aal. De a begint al snel te drijven op woorden als aalboot, aaldobber, aalduiker, aalemmer. Het gaat maar door. Ik word er aalwarig van. Er zeilt een historische Aalpoon voorbij en een Aak duwt langzaam het water voort. Als je dit water drinkt, heb je kans op aaltjes. Draadwormpjes zijn dat. Zeer kleine, draadvormige doorzichtige diertjes.

Aalladder

De aal is een wonderlijk dier, maar vooral de werktuigen om de paling te bewerken zijn in grote getallen aanwezig. De aalladder is een mooi woord. Mijn favoriet. Een ladder voor jonge aaltjes bij hindernissen in de binnenwateren.

Ik vertel een collega vandaag uitvoerig over de Aal en vooral over de aalladder. “Wel handig”, zegt ze, “als je in een haven bij een aalvisser staat, kun je een prima gesprek voeren.”

Het is middernacht als ik het einde van pagina tien lees. Het laatste woord. Aangemerkt. Ik ben verlost van de aal. Nog lang niet van de van d’aal.

Sorry, die laatste zin is flauw. Ik ga hardlopen en een website voor iemand afmaken. Ik voel aan mijn binnenwater dat ik vandaag aal in de problemen kom met de volgende tien paginaals.

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 Daavid

Thema door Anders Norén