Ik ben verliefd geworden in Berlijn

Share on facebook
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
Share on telegram

In mijn dateweek zocht ik naar de liefde, maar die vond ik een week later. In Berlijn.

Toerist

Ik ben eigenlijk heel toeristisch geweest. Met noodzakelijke sokken van de Primark, een tasje van de beroemde kunstenaar Thierry Noir uit het winkeltje bij Charlie’s Checkpoint (een plek die je eigenlijk wilt ontwijken), biertjes bij het hostel, maar in Berlijn maakt het niet uit waar je bent. Als je er maar bent. Om Berlijn te ruiken, er te lopen, te verdwalen en verliefd te worden.

DSC_0355a.jpg

In een week snuif je een heleboel creativiteit op. En de typische Berlijnse luft – die als souvenir te verkrijgen is in blik, of als alcoholisch drankje. Waarop ik door twee Duitse studenten tijdens een potje rond de tafel met pingpong in een rokerige club in de nacht werd getrakteerd. Een hele smerige. “En wat vind je ervan?” “Smaakt precies als de Berlijnse lucht”, antwoord ik.

De aantrekkingskracht van Berlijn is enorm. Een stad die geketend was. Een muur dwars door de vrijheid. Deze week ben ik er en elke keer weer voel je die oude vreugde van ontsnapping die de stad nu verbindt. In de tijd dat de Berlijnse muur nog overeind stond, reed mijn vader de grens over en smokkelde verboden waar mee voor mensen in het Oosten. Ik vertel het aan de gids die ons twee uur lang door Hohenschönhausen, de oude Stasi – de geheime dienst van de DDR – gevangenis heeft geleid.

Stasi gevangenis

Twee uren die diepe indruk maken. Cellen zonder licht, zonder lucht, gevangenen die aan extreme mentale martelingen werden onderworpen. Veelal kunstenaars, schrijvers, dichters, singer-songwriters en gelovigen die zich de mond niet lieten snoeren en die aan bittere eenzaamheid werden onderworpen. Zo bitter, dat zelfs de smaak uit eten werd gefilterd. Geen plaats voor vreugde, maar inktzwarte duisternis.

In een gevangenis waarvan niemand wist dat hij bestond, zonder rechten, en waar alles wat je een mens af kon worden genomen, ook werd afgenomen. Kunstenaars breek je niet door te slaan, maar door hun creatieve geest te verblinden.

Een van de gevangenen, schreef elke dag een dagboek. In zijn hoofd. Met een vinger door de lucht, op de muur of op de grond. Misschien sta ik nu een minuut in zijn cel. Een raampje waar gefilterd licht doorkomt. Niet eens een uitzicht. In de paar keer dat hij buiten kon luchten, moesten ze in een kooi rondjes lopen. Als tijgers. Of uren in de regen staan. En zelfs voor de wolken hingen tralies.

Een van de gevangenen smokkelde een spinnetje naar binnen: leven. En allen koesterden ze twee verborgen groene blaadjes tussen het beton, die de bewakers over het hoofd zagen.
Het dagboek is in vrijheid alsnog geschreven. Met een pen.

In een andere cel vertelt de gids dat op deze plek gevangenen bij binnenkomst werden geplaatst. Een cel zonder raam. Met een velletje wc-papier per dag. “Een vrouw communiceerde door te kloppen met een man naast haar in een cel. Ze was nagenoeg onderkoeld. Hij verstopte zijn trui in een toiletemmer en wist op een of andere manier de trui op deze manier bij de vrouw te krijgen. Zelfs in deze barre omstandigheden, kun je zien wie hier de goede mensen waren. En tot wat ze in staat zijn.”

De gruwelen waaraan deze mensen hebben blootgestaan, en nu blinkt er een prachtige warme zon op het gebouw. Er staan felle rozen in de tuin, die gevangenen enkel te zien kregen bij een urenlang verhoor. Enkel met het doel ze te breken.

DSC_0081a.jpg

Vrienden

Ik maak deze week nieuwe vrienden, een Duitse, een Nederlandse, een Russische. We eten samen, feesten samen, slenteren door de stad, en aan de rivier de Spree zitten we ’s avonds laat met biertjes, fruit en blokjes kaas. We vertrouwen elkaar. Op een gekke manier heel snel. Praten over vroeger. Inspirerende verhalen van mensen die de wereld uitdagen. Om ons heen dansen mensen.
Die zie je in Berlijn overal. Op het station, bij de rivier, in een winkelcentrum, op straat en in het Mauerpark. Alles ademt nog steeds liefde. Een zucht van verlichting die al sinds 1989 wordt uitgeblazen en nog steeds door de stad raast.

We lopen per ongeluk een hangar binnen van de in 2008 gesloten luchthaven Tempelhof. We zien kluisjes, en vele bedden. In het Nazi pronkstuk dat in de jaren twintig werd gebouwd, vinden nu vluchtelingen onderdak. Een van de grootste gebouwen ter wereld.

Op de hostelkamer luisteren we de muziek van Klein Orkest – Over de muur. “Alleen de vogels, vliegen van oost naar west Berlijn.” We staan op op Gedankstäte van de Berlijnse muur en we beklimmen de toren aan de andere kant. Waar we naar het Oosten kijken.

Zo keek de kunstenaar Noir uit op de muur, waar hij als eerste – en met gevaar voor eigen leven – de muur met graffiti bespoot. Gedurende de jaren schilderde hij symbolen van vrijheid. Een kilometer lang. En nu worden de muren in de stad graag bespoten, ook de houten omheiningen voor nieuwe gebouwen. Met hartjes.
We dwalen verder. Pakken de metro tot een eindbestemming en gaan dan weer terug.

dsc_0104a

In Berlijn word ik opgesloten, omdat ik er niet meer weg wil. De chaos, het beton, de parken, Kreuzberg, de verrassingen. Maar mijn (nieuwe) vrienden gaan ook weg. Naar Moskou, Amsterdam, Utrecht en Zwitserland.

Ik mis de Berlijnse luft. Ik mis haar.

Omdat daar twee groene blaadjes zijn die een fort van haat kunnen breken. Ik kan helaas mijn foto van het onkruid in de kooi niet publiceren, op verzoek van de gids. Maar je weet ze nu te vinden.