,

Woord van het jaar: ‘blokkeerfriezen’ vs ‘bekotebikkerd’ (67)

“Ik ben benieuwd naar het nieuwe boek van Paulien Cornelisse,” zeg ik tegen mijn vriendin. “Die kun je wel voor Sinterklaas vragen,” antwoordt ze. Shit. Sinterklaas. In de hoek van de waskamer staat nog een cadeau dat ik vorig jaar kreeg: een bouwpakket waarmee je een cajón in elkaar zet. En het is nog geen cajón geworden. Ook kreeg ik een cursusboek creatief schrijven. Trek wat betreft mijn creatieve pen je conclusies; over de rug van de kaft heeft zich nauwelijks een leeslitteken gevormd.

Paulien had ook wel raad geweten met de zin ‘die kun je wel voor Sinterklaas vragen’. Kun je iets vóór Sinterklaas vragen? Je vraagt het eerder aan hem. Waarschijnlijk vraag je het vóór Sinterklaas, als je daarmee het Sinterklaasfeest aanduidt. Zoals je ook cadeaus voor je verjaardag vraagt.

Vanochtend stond ik vroeg op om melk te kopen. Voor in de koffie. Ook een rare zin. Ik ben té vroeg. De supermarkt is nog net niet open. Het scheelt maar een paar minuten. In de verte zie ik mensen voor de gesloten schuifdeuren scharrelen. Ze slepen de verveling uit een lege agenda met zich mee. Snel duik ik een straat in en probeer zoveel mogelijk op iemand te lijken die absoluut niet te vroeg onderweg is naar de supermarkt.

Na een paar onopvallende rondjes in de wijk, stap ik naar binnen. De supermarkt lijkt al uren geopend. Jaren eigenlijk. Zelfs de opwinding van de recente verbouwing is gesmoord in het alledaagse.

Blokkeerfriezen

Voordat ik mijn cadeaus van vorig jaar de nodige aandacht heb gegeven, valt er niets te vragen aan de goedheiligman. Ik zou hem wel willen bedanken voor het mooiste woord van 2018: ‘blokkeerfriezen’. Krantenkoppen met ‘blokkeerfriezen’ verdienen alle ruimte. Ik pleit ervoor ‘blokkeerfriezen’ ook op plaatsen te schrijven waar ze helemaal niet horen te zijn, maar dat kunnen ze zelf al erg goed.

Jammer genoeg zijn de teksten daaronder minder aantrekkelijk.

In een daarvan stond dat er door een rechter verschillende taakstraffen aan de ‘blokkeerfriezen’ werden opgelegd, en dat het hoger beroep van de ‘blokkeerfriezen’ nu wordt gespekt door mensen die al 130.000 euro inzamelden, om de Nederlandse cultuur te beschermen. Ik vind het goed dat er beroep wordt aangetekend, want ik houd van juridische procedures en het lezen van beschikkingen, maar ik zou die 130.000 euro liever uitgeven aan cadeautjes voor arme kinderen, of – om echt op te treden als beschermheer van de Nederlandse cultuur – voor 130.000 euro aan kaas kopen op de markt bij die aardige man die twee weken geleden maar bleef vertellen over zijn kleinkind, terwijl wij al halverwege de notenkraam waren. (Die kaas ga ik niet delen.)

Het is altijd makkelijk om geld dat nog niet is uitgegeven, aan betere doelen te besteden. Ik had mijn 1,50 voor een slaafonvrije chocoladereep met marsepein ook beter in dat liefdadigheidspotje op de balie kunnen stoppen.

Ik loop de supermarkt uit en denk aan melk voor in de koffie en dan vooral over ‘voor’. Ik loop dit keer in een kaarsrechte lijn naar huis, verspil geen meter. Als je te lang over een woord nadenkt en het herhaalt, dan ga je twijfelen. Op het raam van de drogisterij staan een paar vreemde aankondigingen van medicijnen en bij de apotheek hebben ze liftactiv, en als ik daarover begin te malen, rol ik bijna in een existentiële crisis.

Het gros van woorden gaat op in de menigte, sluiten aan in lange rijen van zinnen, een ogenschijnlijk collectief. Onopvallende woorden lijken op mij. Ze sluipen door de taal, zoals ik ’s ochtends vroeg in de wijk meningen van anderen ontwijk.

‘Blokkeerfriezen’ is een woord dat van de daken schreeuwt, een gesloten supermarkt bestormt met scheldkanonnades en geweld. Je kijkt angstig op tegen dat woord. De ‘blokkeerfriezen’ hebben een sterk wapen. Een populair woord, een mediageniek exemplaar, dat hun onderlinge verbondenheid sterkt. Het maakt een grote kans het woord van het jaar te worden. Als de demonstranten ook een woord hadden gekregen, dan was het misschien nog een eerlijke discussie geworden.

Woord van het jaar

Wat dat betreft is het jammer dat ik een woordenboek uit 1999 lees. De meeste van die woorden maken geen enkele kans meer op de titel woord van het jaar 2018 en verdwijnen langzaam uit onze gesprekken.1Ergens is dat ook weer prettig. Uitgestorven woorden zijn machteloos, want er wordt niet over gesproken. Zo simpel is het. Niemand zal konkelfoezen over een archaïsche mening bestaande uit oude besjes. Dan ben je veilig.

Ik stem dit jaar op ‘bekotebikkerd‘ als woord van het jaar. Want dat lijkt iedereen wel te zijn. Een zekere verliezer, doch waardige tegenstander van ‘blokkeerfriezen’.

doodsbedreigingen kunnen naar: groetjesvan@daavid.nl, je favoriete woord insturen voor de verkiezing woord van het jaar kan hier.

  1. ze maken zelfs helemaal geen kans meer om woord van een jaar te worden, want ze mogen niet meedoen aan de wedstrijd.
Vorige

‘Als je niet elke dag met een stok in je ziel roert, dan vries je dicht’ (66)

Staat de Dikke Van Dale in de Dikke Van Dale? (68)

Volgende