Tuinmannenvrees

30 december 2019

Terwijl ik de weekendbijlage van de krant opensla, verschijnen er een twee mannen in de tuin. In werkkleding. Ik zit in mijn onderbroek. Een van hen zeult een bladblazer met zich mee.

Hij slingert het ding aan. Ach, laat die bladeren toch liggen, wil ik tegen hem zeggen, maar ik probeer onzichtbaar te blijven. Het ding begint vervaarlijk te zoemen. De insectententen vliegen door de lucht. 

Onze tuinmannen duiken altijd onverwachts op, omdat ze worden betaald door onze verhuurder. Deze luxe bekopen wij met onzekerheid. Vroeger hadden we ook een tuinman, die tevens koster van een kerkje op de heuvel was. Hij was zwijgzaam als het graf en uit zijn oren groeide haar als plukjes watten. Het was een tuinman die niet plotseling opdoemde; hij was er altijd. Je kon bij hem je veertienjarige liefdesverdriet kwijt of het regenweer verafschuwen.

Mijn moeder werkt in de zorg en heeft daarom helemaal geen geld voor een tuinman, maar toch heeft ze er een. Een fanatieke, ook nog. Hij brengt exotische planten mee. En brengt ze ook in rekening. Mijn moeders tuin is zijn projectje geworden. Mijn moeders tuin behoeft geen groene excessen, maar moet wel bijgeknipt worden omdat ze in een kleine stad ligt, welke mondige senioren en jonge gezinnen herbergt.

Mijn moeder zocht iemand die haar heg in bedwang houdt, omdat er anders geen mensen meer door het gangetje kunnen en ze gedonder met de bovenburen krijgt, die hun ongenoegen over haar rommelige terras maar al te graag van het balkon laten fiezelen. Vaak komt de tuinman als mijn moeder aan het werk is. Ze wil geen dure planten en geen boze burenblikken. Ze is gelukkig, maar het kost haar een fortuin. 

De man blaast de bladeren van ons gras, en mij naar de eerste verdieping. Als een bang dier vlucht ik naar de studeerkamer. Het rolgordijn naar beneden, een lampje aan. Daar wacht ik tot er geen bladeren meer rond dwarrelen. Fris en aangekleed verschijn ik beneden en zwaai naar de mannen. Ik doe de achterdeur open. “Koffie?”, vraag ik. Over de bladblazer wordt met geen woord gerept.

DSC_0320
whatsapp
DSC_0121

David leest sinds mei 2017 het hele woordenboek om antwoord te krijgen op de grootste vraag: wat is de zin van het leven? Alle woorden geven betekenis aan het bestaan. Hij draagt het loodzware exemplaar dagelijks bij zich. Momenteel leest hij de letter E. Daarnaast maakt hij van slaapverwekkende passages de podcast voorlezen uit het woordenboek voor mensen die niet kunnen slapen