david – (de) (m) [1988] leest het woordenboek om de zin van het leven te vinden [dãwīdh, betekenis onduidelijk, misschien ‘geliefde’ of ‘oom van vaders kant’] (bijb.), de herdersknaap die Goliath doodde met een steenworp en later koning van het Israëlistische volk werd

De oplossing voor de stikstofcrisis is niet simpel, maar hij staat hier wel

‘Elke dag weer vreet de honger van het westen zich dieper de regenwouden in,’ schrijft Philip Blom in doemroman Wat op het spel staat. Er heeft ook iemand van die titel gesmuld, want in deze titel is ‘er’ onmisbaar. Er zal vast goed over nagedacht zijn, want er staat wat op het spel. 
In 2010 werd ‘klimaatcrisis’ toegevoegd aan het woordenboek, maar het wordt pas sinds een aantal weken structureel gebruikt.
Om ‘klimaatverandering’ de lading niet meer dekt, als je spreekt over het uitsterven van een miljoen plant- en diersoorten. Daarnaast is ‘klimaatverandering’ door het vele gebruik volkomen afgeschaaft.
Het is ook wel zo prettig voor het consumeren van media: verandering horen we al genoeg. Het is vaak een eufemisme voor re-organisaties, die op haar beurt weer ‘ontslagrondes’ verbloemen. Media passen hun terminologie aan en schrijven niet meer over klimaatverandering. Guardian berichtte hierover. En ook andere media volgden.
In de Van Dale wordt ‘klimaatcrisis’ omschreven als een ‘eco­no­mi­sche en maat­schap­pe­lij­ke cri­sis die het ge­volg is van kli­maat­ver­an­de­rin­gen’, maar dit verband is niet volledig. Klimaatveranderingen zijn niet (hoofdzakelijk) de oorzaak van economische en maatschappelijke crises. Het is precies andersom. Ze is juist het gevolg van economische en maatschappelijke crises. De economische crisis dient zich niet opeens aan, maar we zijn haar al decennia constructief aan het veroorzaken. Economische vooruitgang heeft onze primaire voorkeur gehad. ‘Vooruitgang’ meten we in geld. En ons kapitalische systeem heeft ons tot nu toe enkel voorspoed gebracht. Vrijheid. Democratie. En op kleinere schaal: veiligheid, zekerheid en orde.
Omdat het onmogelijk is te pleiten voor een eerlijke, vreedzame wereld zonder macht, status, overmatige consumptie, zal ik me beperken tot een voorbeeld uit de jaren negentig. Als de toekomst in het geding is, kunnen we van het verleden vast iets leren.
Ik las over ‘econologie’ in het woordenboek, toen nog een necrologie, en dat pretendeerde in de jaren zeventig een oplossing te zijn voor de milieuproblematiek. Dat was toen – heel ouderwets nog – zwaveluitstoot. De ozonlaag brak open en er moesten drastische maatregelen getroffen worden. Alles omtrent CO2-uitstoot stond nog in de kinderschoenen. (Wel kinderschoenen die net uit oliedrek kwamen drijven.)
Kabinet-Paars kondigde zonder schaamte aan dat economische vooruitgang prima mogelijk was, zonder noemenswaardige consequenties voor de natuur. Het milieu en de economie, hand in hand.
Het werd een fiasco. Door het NRC ‘de paarse symbiose van milieu en economie’ genoemd, de Groene Amsterdammer sprak over ‘de mythe van de econologie’.
Behoud van natuur en economische vooruitgang als symbiose op een utopisch presenteerblaadje dat niet veel later in rook opging. ‘Econologie’ verdampte en de necrologie doofte uit als een nachtkaars.
Dwazen bedriegen zichzelf met hun dwaasheid. Joris Luyenduijk schreef jaren geleden al over de diepzwarte wereld van rode cijfers, alarmerende wetenschappelijke rapporten over de staat van de natuur vliegen ons om de oren, maar wat is er veranderd? De financiele wereld is als een doorgerotte schutting waar de klimop van de hele straat doorheen is gegroeid.
Kabinet-Paars presenteerde milieubehoud en economische vooruitgang op een utopisch presenteerblaadje dat niet veel later in vlammen opging; ‘econologie’ verdampte en verdween uit de taal.
Het is allang geen geheim meer dat economische vooruitgang uitputtelijk is. We proberen om de hete kern te draaien met de circulariteit van het alles, maar dat gaat bij voorbaat in tegen de natuurwet: als je energie verbruikt, dan gaat dat altijd ten koste van iets anders. En dat gaat nu voornamelijk ten koste van iedereen die geen deel uitmaakt van de G7. Een duurzaam gesloten circulair systeem is niet mogelijk, wat niet zegt dat we het zoveel mogelijk moeten proberen.
De ooit zo geprezen mondialisering en globalisering zijn verworden tot een massa-industrie die het Westen dient. Wij importeren cacao, eten de chocoladereep, en gooien de wikkel in Azië op straat. We zijn tot nog toe niet in staat gebleken een oplossing te vinden. Op microniveau moeten we minder consumeren, bedrijven moeten op de rem trappen en overheden moeten optreden.
Uit álle rapporten klinkt de noodzaak om binnen niet al te lange tijd ingrijpende veranderingen te doen. We moeten aan de noodrem hangen van een sneltrein die al sinds de industriële revolutie op stoom is.

© daavid 1988 - 2026