,

Overal tegen zijn (maar pas na het weekend met schoonfamilie) (22)

Het zit tegen, want ik zit bij anti! Dat is meteen moeilijk, want je kunt je lastig aansluiten bij iets dat anti is. Dat deed me denken aan een mooie zomermiddag, toen ik de Van Dale op een dakterras opensloeg. “Lid van een afschaffingsgenootschap”, las ik toen voor.  “Het lidmaatschap van een afschaffingsgenootschap, hoe ziet dat eruit? Dat moet behoorlijk onzeker zijn”, merkte mijn verliefde op. Donald Trump zou bij uitstek de gewezen voorzitter zijn voor zo’n genootschap.

Het afschaffingsgenootschap is een vereniging van mensen die gestopt zijn met drinken en anti zijn geworden. ‘Ter bestrijding van het alcoholisme.’

Afschaffer: iemand die geen sterke drank meer gebruikt – en nu komt het grappige – en ook meestal anderen tracht te bewegen niet te drinken. Dat vreemde effect van mensen die na veertig jaar gebruiken opeens het licht hebben gezien en dit vooral op anderen laten schijnen. Met scheve blikken en ongewenst commentaar.

In Nederland hadden we de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van sterken Drank (NV), die werd opgericht in 1842. Op 15 december 1962 werd de oude NV opgeheven; met IOGT , SOV en de ANGOB richt de NV de Algemene Nederlandse Drankbestrijders Organisatie op (ANDO).

Ze hebben heel wat afvergaderd, zo blijkt uit het archief van het internationaal instituut voor sociale geschiedenis. Anti’s zijn overtuigd van hun zaak.

Anti

Op bladzijde 204 van De Dikke van Dale begint het echt tegen te zitten. Het is inmiddels antediluviaal* dat ik las over aandurven, aandweilen en aanvoelen. Dit gedeelte van het woordenboek is lekker tegendraads, daar houd ik van. Naar mijn hart.

Om eerlijk te zijn zag ik hoofdstuk Anti al aankomen, verheugde me erop als een kind dat wordt losgelaten in een zwembad gevuld met ballenbakballen. Ik bedoel, een zwembad is tof, een ballenbak ook, maar de combinatie met het beste van twee werelden is krachtiger dan het sterkste antidepressivum.

We blijven even op de anti-pagina’s hangen. Het grappige aan anti is dat het zo vaak later komt. (niemand begint ooit met anti en dat maakt het bij voorbaat een zwakke reactie. Antireactie.) Start iemand een beweging? Antibeweging. Begint iemand te leven? Antibiose. Gutst er onverwachts kots uit een keel? Antibraakmiddel. En dat terwijl anti een voorzetsel is.

Anti zelf is al een tegenstelling. Het doet me denken aan ambitendentie van pagina 185: het gelijktijdig bestaan van twee tegengestelde wilsneigingen. Anti kan prima zijn. Antipasto. Of antiballistisch (daar heeft de wereld nu vooral baat bij).

Je hoort gewoon niet vaak dat iemand anti iets is dat nog niet bestaat. Anti staat altijd een stap achter. En hoewel ik me graag anti opstel, ben ik liever voor.

Zeg vaker ‘nee’ of ‘ja’ of niet

Nu leek het me leuk idee om in plaats van al die vrolijke kwasten die in boeken schrijven hoe je iets van je leven maakt, hoe je kookt, opvoedt, rust vindt en een perfect lichaam krijgt, overal ‘ja’ op antwoord, gewoon een keer overal nee op te zeggen. Maar nee zeggen wordt de laatste tijd ook weer geadviseerd, want het zou burn-outs voorkomen. Dus bedacht ik dat ik overal ‘misschien’ op ga antwoorden, maar dan wordt alles zo verwarrend.

Anti is ook niet per se positief of negatief, maar vooral tegen. Anti kan ook een redding zijn als je gewoon dingen anders wilt doen en er ook niet zo goed in bent.

Ik wil graag een film maken. Antifilm: film die opzettelijk afwijkt van de gevestigde opvattingen over de film als kunst en medium.
Ik wil graag theater maken. Antitheater: theatervorm die bewust afwijkt van de geldende regels en opvattingen van de toneelkunst.
Ik wil graag iets met joden. Anti-semitisme: racisme gericht tegen de joden. Nee grapje. Dat is antihumor: opzettelijk en bewust banale, flauwe humor.
Ik wil graag poëzie schrijven. Antipoëzie: poëzie die bewust afwijkt van de gevestigde opvattingen en regels van de poëtica.

Op 12 oktober sta ik voor het eerst op een podium met de De Dikke van Dale. En daarna wil ik het theater induiken met het woordenboek. Met antitheater.

Volgende week ga ik overal tegen zijn. Oefenen. Daar wilde ik meteen mee beginnen, maar aangezien ik dit weekend op een klein eiland zit met de familie van mijn verliefde die ik nog niet (volledig) heb ontmoet, leek het me beter om mijn antihouding nog een paar dagen uit te stellen. Daar volgt nog een verslag van. Beetje anticlimax, maar anti komt toch altijd later.*

*Met uitzondering van anticiperen, daar zou je eens een vereniging van moeten oprichten en dan laten we die het land besturen.

*Antediluviaal: betrekking hebbend op, behorende tot de tijd voor de zondvloed. Schertsend, zeer ouderwets: een antediluviaans voertuig

Een reactie plaatsen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Vorige

Een café bij nacht en in de wolken met Vincent van Gogh (21)

Mijn telefoon bleef op een eiland liggen en ik reed per ongeluk naar Hilversum (23)

Volgende