Wat ik leerde over het leven door de letter D uit de Dikke Van Dale te lezen

Nou, voornamelijk veel over de dood. En dat mijn brein flirt met een dualistisch wereldbeeld. Dualiteit is zo logisch dat je er automatisch aan moet twijfelen. Hemel – aarde. Leven – dood. Wakker – slapen. Drankwinkel – nuchter. Zwart – wit. Draconische wetten – mijn zwager die mijn neefje op een verjaardag stiekem een telefoon toespeelt en fluistert: “Snel, voordat mama het ziet. Je mag een halfuurtje.”  Zo zie ik het universum.

Op 5 oktober 2018 werd ik ’s ochtends wakker rond de klok van vijf, en ontwaakte uit een vreemde droom. Ik startte op dat vroege tijdstip met het lezen van de d, en ‘geen woorden maar daden’ wachtte me daar op, alsmede ‘de eerste klap is een daalder waard’. Aan de slag. Met flinke draperies d’amour1.

Van het woordenboek kreeg ik meteen een opdracht, bij het woord ‘daaraan’ staat: Noem de rivieren van Frankrijk op met de steden, die daaraan liggen. Dat was niet de makkelijkste, maar ik probeerde het toch. De Seine, bij Marseille? De Rhône, ergens in het noorden van het land, bij Parijs? De Dordogne? Mijn vriendin draaide zich op dat moment – lichtelijk geïrriteerd door deze mondelinge aardrijkskunde-overhoring – op haar andere oor, op haar behaaglijk doorstoofde peluw2. Die combinaties klopten niet. Later herkende ik op een kaartje natuurlijk nog de trouwe Meuse, vaak kilometers aan mijn zijde, tijdens barre fietstochten in de Ardennen of kanotochtjes in familievakanties, toen ik nog een dabber was.

Ik richtte een kunstenaarscollectief op en doopte het Fondantglazuur, na willekeurig een naam te hebben geprikt in het woordenboek. Zo ook het dadaïsme, begin 20e eeuw. In de hoop dat het ooit tot Fondantglazurisme ontspruit, een stijlrichting avant la lettre, welke succesvol tegenwicht biedt tegen de belachelijkheden van deze tijd. Alsof de tijd een weegschaal is, waarop het verleden en de toekomst het heden in balans brengen. (Dat is meteen mijn beperkte manier van omgaan met het dualisme, omdat ze hier met z’n drietjes zijn. Een lachende derde verheugt zich over een krakelend duo, omdat hij er voordeel van heeft. Alle goede dingen bestaan in drieën. Ook dualistische dingetjes. Een geodriehoek heb ik altijd alleen als liniaal kunnen hanteren.)

Ach, dwalen is menselijk (errare humanum est, Aanh. 1 7) en zelfs ideeën dun als dauw3, kunnen verscholen bloemen langs een doornig levenspad versieren. Als daar de grond het water drinkt, druppelt het hier4. Laat je nooit ontmoedigen, of laat je juist elke dag ontmoedigen en probeer het dan toch opnieuw. Ga niet zitten duimelen, want gebraden duiven vliegen niemand in de mond. Niemand heeft de wereld zomaar in een doosje. Houd moed! Alle dagen een draadje, is een hemdsmouw in het jaar.

Het regent ouderwetse clichés, maar volgens Connie Palmen houden clichés de waarheid in stand. Dat is een dooreengehaspelde parafrase, correctie: ‘heb ik daar nu zo lang voor doorgeleerd, om de waarheid van de clichés te ontdekken. (Palmen)’5

De draad van Ariadne trok Theseus volgens de Grieks-Romeinse mythe uit een labyrint met een gouden draad; mij trok ze – toen ik de draad even kwijt was – uit de laatste woorden van de letter dDe draad van Ariadne is ook een administratiekantoor in België, dat met een ‘vergelijkbare passie uw administratie kluwen ontwart’. Een heroïsch administratiekantoor van mythische proporties, mag je met recht een klassiek voorbeeld noemen van een doorkruid bedrijfsprofiel. Mijn curriculum vitae en sollicitatiebrieven mag ik ook met aardigheden doorkruiden, want die moeten de deur uit.

First Dates werd een verslaving in deze donkere maanden, vooral vanwege de verliefde oude draken. Zulke mensen gaan niet dood, of je moet ze doodslaan6. Het woordenboek smeet een aantal pagina’s lang met hartelijke zinsnedes: een begin van passie doortrilde zijn hart, een warm gevoel doortintelde mij het hart, nu doorstroomde de vreugde aller harten. Ik probeerde een nachtje doorwaken, maar besloot wegens gebrek aan motivatie toch maar te gaan slapen. Ik zou graag het leven doorstevenen, maar vaker is het doorstrompelen. Liever zou ik ‘Doorsneederlander’ schrijven dan er een te zijn, hoewel doorsnee-Nederlander in mijn dualistische optiek dan wel weer zou kloppen.

Door-de-weeks bekommert een mens zich om zijn brood, ’s zondags om zijn zaligheid (Van Zomeren, blz. 780, Dikke Van Dale)

Doorcognossement vond ik een bijzonder mooi woord voor: ‘vrachtbrief voor doorgaand vervoer over verschillende lijnen, zonder tussenkomst van expediteurs e.d.’ Dat het waarschijnlijk nooit meer wordt uitgesproken en ik het woord morgen thans vergeten ben, stemt me somber. Gelukkig las ik ook: ‘de pijl snorde door de lucht’. Een snorrende pijl is zoveel prettiger dan een andere. Een pijl die door de lucht zoeft, eindigt waarschijnlijk in een orgaan, maar een snorrende pijl klieft zich met een doffe en tevreden ‘tok’ in een boom. Zo hoor ik dat.

Een hele pagina over het woord ‘dood’ bracht me tot een verdere uitwerking van het draaiboek voor mijn toekomstige uitvaart.  Omdat er niet snel over mij gezegd zal worden dat ik geld als drek heb, werd ik lid van de vereniging Yarden, zodat mijn nabestaanden de sleutel op de doodskist kunnen leggen. Niet dat ik van plan ben te sterven, maar van alle onzekerheden in het leven is doodgaan helaas een zekere.

Doe wel, en wandel in den dag. Ga lekker op de dot. Mocht iemand zich voordoen alsof hij enig idee heeft waar hij mee bezig is? Lach naar hem, als de duivel tegen de dageraad.

  1. Fr. Wallen onder de ogen. Blz. 808 Dikke Van Dale, 1999
  2. de behagelijkheid van hun doorstoofde peluw (A. van der Leeuw), blz 790 Dikke Van Dale, 1999
  3. zijn ideeën zijn zo dun als dauw (Van Zomeren), blz. 838, Dikke Van Dale 1999
  4. blz. 828, Dikke Van Dale, 1999 en blz. 817 van: de spons drinkt het water, de grond dronk de regen
  5. Blz. 784 Dikke Van Dale, 1999
  6. Schertsend gezegd van mensen, die zeer oud worden, blz. 774, Dikke Van Dale