david – (de) (m) [1988] leest het woordenboek om de zin van het leven te vinden [dãwīdh, betekenis onduidelijk, misschien ‘geliefde’ of ‘oom van vaders kant’] (bijb.), de herdersknaap die Goliath doodde met een steenworp en later koning van het Israëlistische volk werd

Over puzzelen en het verloop van (bepaalde) tijd

elapso tempore [Latijn], na verloop van (de bepaalde) tijd.
blz. 877 Dikke Van Dale

Op de eerste en enige legpuzzel die ik in de afgelopen dertig jaar maakte, stonden de Dansers van Renoir afgebeeld. We puzzelden de Dansers in het eindstadium van de zwangerschap van mijn vriendin, in 2019. Pufpuzzelen. Om de weeën door te komen. Zij op een skippybal, ik niet. Een pittige tijd. Voor haar, zeker ook voor mij. Omdat ik destijds nog niet ontvlocht was van mijn diepgewortelde puzzelhaat.

We plakten de dansers met speciale puzzellijm… (ja, dat bestaat. Mijn vriendin kwam er triomfantelijk mee thuis omdat eerder een gesprek ongeveer zo ging: ‘We zouden deze puzzel moeten bewaren als herinnering aan deze tijd.’ ‘Ja, inderdaad, kunnen we het lamineren of vastplakken?’ ‘Zou er speciale puzzellijm bestaan?’ ‘Vast wel, laten we het een keer niet googlen, maar vragen in een puzzelspeciaalzaak! Dat is leuker.’ ‘Bestaan er puzzelspeciaalzaken?’ ‘Even Googlen.’)

We plakten de stukjes dus op een stuk karton, om de puzzel – en vooral de weeherinneringen – te conserveren. De dansers weer schitteren als een schilderij. Maar ze bleven een puzzel. Een vastgenagelde puzzel. We zetten hem op de kapstok, waar hij al snel kromtrok en de dansers buiten de maat traden. Een erbarmelijk gezicht. Soms viel er een stukje af (zelfs een gelijmde puzzel raakt incompleet), dat rücksichtslos door de stofzuiger werd opgeslokt. We deden geen enkele moeite het uit de stofzak te redden.

Ik ben de jaren daarna uit de buurt gebleven van legpuzzels en haar makers. Als ik ergens onrustig van word, dan is het wel gepuzzel. En wel om het volgende: puzzelaars hebben lak aan het leven. Ze zitten gewoon aan tafel met hun nonchalante acceptatie van de zinloosheid van het bestaan stukjes te sorteren op randjes en kleuren. Puzzelaars pulken schaamteloos en met het grootste geduld, zwijgend en geruisloos, ontspannen, onbevreesd en gezellig murmelend aan de achilleshiel van de mensheid: de onbestemming. Ze verspillen kostbare tijd aan het nietsomvattende Niets.

Een puzzel maken staat gelijk aan het ontkennen van het bestaan van betekenis in de wereld. En het is niet alsof ze dit nog een beetje onder stoelen of banken proberen te steken. Nee hoor, de vlag gaat uit. De puzzel op tafel. Fuck alles en iedereen! We gaan aan de slag met 1000 stukjes van een vergeelde Alpenhut of een ‘komische’ strip! Laat je niets wijs maken. Een legpuzzel is een massavernietigingswapen, verstopt in een zorgcentrum. Het doodt de tijd, de geest en de rede. Zodra het laatste stukje op de juiste plek ligt, blijkt al het werk voor niets. De puzzel is gelegd. De puzzel is dood. De tijd is dood. De geest is dood. Alles was voor niets. Alles is vluchtig, niets is blijvend. Zoiets.

Tot de afgelopen feestdagen, kon ik uit de buurt blijven van dit puzzelgevaar, maar toen werd er opeens overal gezellig gepuzzeld, en zoals het begin van deze zin suggereert, ben ik toen weer in aanraking gekomen met puzzelen. En er is iets gebeurd met mijn mening over puzzelen na de feestdagen, dat kwam door gezelligheid en levensvragen.

Gezelligheid: tijdens een Sinterklaasweekend met familie in een huis op een afgelegen vakantiepark in Brabant, een luguber scenario, werd samengedromd rond een enorme legpuzzel met een komische stripafbeelding. Gezegsel1praat, gebrabbel. blz. 1125 Dikke Van Dale (1999), er klonken gelukszuchtjes en er hing een vreemde serene rust. Quelle horreur! Dit was volgens mijn zusje en haar vriend een hele leuke puzzel omdat de uiteindelijke puzzel een sprongetje in de tijd maakt. Je zag op de doos een stripmevrouw met bolle wangen aan een kraan van een biervat draaien en had je de puzzel gelegd, zag je wat er van gekomen was.

Kerstavond bij mijn schoonouders. Op tafel weer een legpuzzel, met een chaotisch tafereel op de doos afgebeeld. Een kerstman op een arrenslee wordt achtervolgd door een enorme politiemacht, er vallen allerlei dingen om en de vele puzzelpersonages zijn door het dolle heen. Aan de andere kant van de tafel stond mijn schoonvader. We bogen ons over soepkommen met uitgezochte stukjes.
Gesorteerde snorren, carrosserie, wielen, de lucht (altijd kut), lantaarnpalen die uiteindelijk rendierpoten bleken te zijn, een breed palet aan roze-rood. En één bak voor de rest, waar we meestal het stukje vonden dat we zochten, maar nooit als eerste keken.

Allebei een biertje. “Ik zoek een stukje dat ongeveer voor de helft donkerblauw tot zwart is, met een wit vlekje en op het lipje een kwart neus, gezien?” “Deze?” “Precies die!” We hadden aan een paar woorden genoeg. De puzzel is de eerste laag der lagen.
De nacht was al enige tijd gevallen, toen we met moeite afscheid namen van de puzzel en onze puzzeltaal geëvolueerd was tot zinnen als: “Ah, hier zijn de benen van Tante Corrie, waar hangt die snotneus van linksonder toch uit?” “Ja, in een keer! Ik herkende de schaduw ernaast!” “Kom maar, kom maar. Stukjes boom, nog een. Ja. Lekker! Baksteentjes. Baksteentjes. Ik ga aan de lucht beginnen.”

Die Kerstnacht werd er, naast een kindeke, ook een hobby geboren. De volgende ochtend kwam mijn schoonvader de woonkamer binnen met een nieuwe puzzel in zijn handen. Van zolder. 1000 stukjes. “Hier ben ik wel een tijd mee bezig geweest. Is een lastige. Mag je wel meenemen,” zei hij.
Op de doos staan honderden, zo niet duizenden, op elkaar lijkende figuren in een zwembad, verspreid over miljoenen stukjes. Omdat ik niet zo goed wist wat ik moest zeggen, staarde ik – bevreesd – naar het zwembad. Mijn schoonmoeder, vanaf de bank: “Die puzzel heb je van iemand geleend, die kan je helemaal niet meegeven.” “Jammer zeg,” zei ik.

Vraag: na de feestdagen had ik opeens een ontzettende behoefte om nog meer puzzels te maken. Waar kwam dit vandaan?

De stukjes vielen op hun plek. Puzzelen is de ultieme vorm van escapisme. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Het gaat niet om de reis naar de bestemming, maar om een uitermate saaie reis naar geen bestemming. Als het laatste stukje van een puzzel wordt gelegd, bestaat de puzzel niet meer. De puzzel heeft nooit bestaan. Als niets ertoe doet, dan doet alles ertoe. De tijd vliegt als je puzzelt, omdat de tijd wordt opgeheven. Zoiets.

Dit gevoel van prima-te-pruimen-puzzelleegte zou ik, ten slotte, als volgt omschrijven:

Midden op het stadsplein staat een carroussel zonder kermis. Het regent. Een kaartjesverkoper staart vanuit zijn hokje naar een zwaaiend kind op een paard. Het zwaait naar twee mensen, de ouders, waarschijnlijk. De man zit in een versierde glazen doos, er zitten gaatjes in. Op mondhoogte. Ze zijn zo klein dat de zeldzame woorden die zich er soms doorheen weten te wringen, direct verstommen in een vlaag van draaiorgelmuziek.
Het carrousel draait die dag ongeveer 120 rondjes en vervoert iets minder dan 30 kinderen.
Als iedereen naar huis is gegaan en het carroussel opgedraaid, klapt de kaartjesverkoper zijn draaimolen in, als een vouwblaadje, en verdwijnt met een grote zak gele munten, die hun waarde verliezen naarmate kinderen ouder worden, in het wie-weet-waar.

Caligare in sole! (56)

Op de fiets richting kantoor luister ik sinds een week naar obscure cold wave. Volgens de Van Dale een koele, afstandelijke muziekstijl in de periode

© david 1988