Een middag overblijven met ex-gedetineerden

In het kader van beroepsoriëntatie van de studie Sociaal Juridische Dienstverlening schoven we aan bij een gesprek met twee ex-gevangenen, een wijkagent en een reclasseringsmedewerker. Wegens ruimtegebrek op de Hogeschool verhuisden we noodgedwongen naar een basisschool. In de musical/overblijf/ouderavondzaal vormden een ruime honderd studenten een halve kring voor de tafelgasten. We hadden hoge verwachtingen.

Ze vertelden over het leven in de gevangenis. De docent vroeg ernaar. “Hoe was dat. In de bajes?” “Saai,” was het antwoord. Dat was het inhoudelijke hoogtepunt. Daarnaast kwam het begrip zelfredzaamheid van klanten (ex-gedetineerden heten in het beroepsveld klanten) en leerden we twee belangrijke dingen van de klanten.

  1. Beloof geen dingen, die je niet kunt waarmaken
  2. Laat als vrouw geen naakte huid zien in een gesprek (de tong van de klant kwam bij deze tip een beetje naar buiten, en hij keek wellustig naar de studentes op de eerste rij – die giechelden zenuwachtig)

Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Tegen de muur stond een zwarte piano. Ongebruikte piano’s (die ter decoratie dienden) kwam ik meestal tegen op plekken, waar het op dat moment zeer ongepast was om te gaan spelen. Meestal in crematoria, tijdens een concert van iemand anders, op een beurs of tijdens een werkoverleg in het bedrijfsrestaurant van een groot bedrijf. Ik moest altijd de drang onderdrukken toch om een etude te spelen of I’m a big big girl, in a big big world. Een enkele keer had ik daarmee de sfeer verpest. Of eerder de sfeer aangepast.

Nu ook. Een paar donkere mineurakkoorden konden het gesprek mooi illustreren. De piano lonkte. Mijn handen kriebelden.

De gesprekken waren verdeeld over de middag. Het verhaal werd dus twee keer verteld, aan verschillende groepen. Wij waren groep 2. En voordat het gesprek begon, was er pauze. De docenten vormden een kleine kring. In de kring waren ook de reclasseringsmedewerker, de wijkagent en de twee klanten aanwezig. De gelegenheid om wat te eten en te drinken.

Een van de docenten had voorafgaand aan het gesprek in de supermarkt gestaan en nagedacht over de inkopen voor die pauze. Taksi? Cola? Melk? Wit brood? Koekjes? Wat aten ex-gedetineerden? Ik hoefde de piano deze keer niet te bespelen om de situatie vorm te geven. Bovenop stond de vorm van het gesprek: een zak minikrentenbollen en een pak appelsap.

Ik had bloedworst en bier gekozen.

wat is de zin van het leven?

abcdefgh