,

Op mijn begrafenis raakt iedereen zijn telefoon kwijt (69)

“Het is toch niet leuk dat ik alle telefoons moet verstoppen, terwijl ik dan heel verdrietig ben?” Mijn verliefde heeft enkele bezwaren tegen het voorlopige draaiboek van mijn begrafenis. “Wie zegt dat jij dat moet doen?” Ze had de slaap nog niet uit haar ogen gewreven en ik stond onderaan de trap enthousiast over de vorderingen in het script te vertellen, de avond ervoor had ik een paar goede plannen voor mijn begrafenis neergepend. Nu dreef het opgekropte nachtelijk stof op tranen naar haar wangen. Niet de beste start van een maandagochtend.

Op oudjaarsdag las ik over begrafenis in het woordenboek en sindsdien schrijf ik aan een script voor mijn chaotische begrafenis. Ik ben niet van plan dood te gaan, maar het zal je net overkomen en dan is er niets geregeld. Dira necessitas1. Mijn begrafenis begint steeds meer op een theaterstuk te lijken, hopelijk geen kaskraker, want ik wil mijn naasten niet bedroeven met een eindeloze herhaling van mijn overlijden. Wegens succes verlengd. Maar de kans in Carré te liggen is nog altijd groter dan er te staan.

Dat ik op aanraden van een klein jongetje naar het ziekenhuis ging voor een moedervlekkeninspectie, blies ook een nieuw leven in mijn begrafenisstuk, dat al een paar maanden aan het verstoffen was. “Wat is dat voor grote vlek op je hoofd?” vroeg hij en een week later zat ik bij de huisarts. Nog een week later zat ik bij een dermatoloog.

Een vrouw inspecteerde met een gek apparaat alle vlekken op mijn lichaam. Met die op mijn hoofd was niets aan de hand, en de rest zag er ook wel oké uit. Een verpleegster overhandigde me met enige schaamte een kinderlijke folder, die me op volwassen toon aanspreekt. ‘Kunt u een haai van een dolfijn onderscheiden?’ Die haai is een kwaadaardige tumor. Een melanoom. “Ja, het is een beetje een gekke folder, maar misschien kun je er iets mee,” zei ze. “Ik kan er wel een nieuwe vormgeving voor maken,” antwoordde ik.

Geen haai op mijn lichaam. En zo kwam mijn begrafenissdraaiboek weer even op de plank te liggen. Tot ik in hoofdstuk D bij ‘dood’ arriveer, dan waait er vast een nieuwe wind door die papieren droevenis.

  1. de vreselijke noodwendigheid, het wrede noodlot (Horatius, ‘Carmina’ 3, 24, 6) (blz. 748, Dikke Van Dale, 1999)
Vorige

Staat de Dikke Van Dale in de Dikke Van Dale? (68)

Dit varken beroept zich op zijn knorrecht en de hitlerhond ging vrijuit (70)

Volgende